Soort van de week

In totaal leven er nu een 250 dieren in het Serpentarium, van om en bij de 100 verschillende soorten. Naast enkele insecten, spinnen en andere griezelige ongewervelden sta je er oog in oog met een hoop prachtige - maar soms ook gevaarlijke! - reptielen en amfibieën. Als je durft, tenminste…

Maak hieronder kennis met enkele van onze sterbewoners!

Boomskink

Deze skink kreeg verschillende namen: de Solomon-reuzenskink, de grijpstaartskink of de boomskink. Allemaal noemers die hem perfect passen, want hij komt voor op de Solomoneilanden in de Stille Oceaan ten oosten van Nieuw-Guinea. Hij is met een maximumlengte van 80 cm de grootste onder de skinken. Net als een aap gebruikt deze hagedis zijn staart als extra grijparm. Hij klimt met het duizendste gemak in de bomen. Er zijn 1580 verschillende soorten skinken waarvan er 3 in het Serpentarium wonen: de vuurskinken, boomskinken en de blauwtongskinken.

Kraaghagedis

Dit is het showbeest van het Serpentarium. Hij gebruikt zijn grote, uitklapbare huidflap achter zijn nek om vrouwtjes te imponeren of concurrenten en vijanden te bedreigen. Hij kan deze huidplooi rechtop zetten als een indrukwekkende kraag van wel 30 centimeter doormeter. Eén voorwaarde: hij moet tegelijkertijd zijn bek opensperren en daarmee zijn gele mondholte laten zien, of het uitklappen lukt niet. Is er geen reactie bij zijn vijand? Dan kan hij altijd nog op hoge poten gaan lopen of veilig in een boom kruipen.

 

Zwarte mamba

Eigenlijk is de zwarte mamba van vel niet zwart, maar grijs. De kleur verwijst naar haar mond die vanbinnen blauwzwart kleurt. Ze is de snelste slang ter wereld. Op korte afstand, dus als ze aanvalt, kan ze tot 20 km/u halen. Ze is extreem giftig en staat in de top tien van gevaarlijkste slangen. Met één beet raak je volledig verlamd, stopt je ademhaling en als je pech hebt, kan je niet tegen het antigif en ben je na 20 minuten dood. Eén beet kan zoveel gif bevatten waar wel 20 volwassenen mee geveld kunnen worden. Ze komt vooral voor in Afrika in velden en akkers met bomen. Haar zusje de groene mamba is iets minder agressief, maar wel even giftig.

Dennenappelskink

Kijk eens naar de huid van deze hagedis en je weet onmiddellijk waarom hij naar deze kegelvruchten vernoemd wordt. Zijn schubben liggen net zo geschakeld als de lobben van een dennenappel. Hij behoort tot de familie van de blauwtongskink. En raar maar waar ;-), zijn tong is blauw. Hij heeft een breed, blauw blad dat hij uitsteekt om vogels mee af te schrikken. En als dat nog niet helpt, dan kan een flinke beet van zijn brede mond met sterke kaakspieren wonderen doen. Deze lobbes is een bodembewoner van West-Australië.

Ratelslang

De laatste schubben van hun staart zijn vergroeid tot schijfjes die een ratelgeluid maken als de slang ermee schudt. Hoe ouder, hoe meer ratels want bij elke vervelling komt er een eindje bij. Door een ratelslang wil je niet gebeten worden. Hun zeer krachtig gif is dodelijk en 50% van hun beten gebeuren met bomvolle gifklieren. Dan is het hopen op serum en een vakkundige dokter. In het Serpentarium ratelen de Texaanse en de Uracoa-ratelslang veilig achter glas ;-)

Pijlgifkikker

De kleine pijlgifkikkers vallen op door hun felle kleurenpallet van rood, geel, oranje, groen tot blauw. Ze leven in de tropische, vochtige wouden van Midden- en Zuid-Amerika. Ondanks hun kleine pootjes kunnen ze ferme sprongen maken en goed klimmen in de bomen. Ze zijn giftig omdat ze giftige prooidieren (kevers, mieren) opeten die op hun beurt hun gif halen uit giftige planten. De gifkikkertjes in dierentuinen zijn wellicht minder giftig omdat ze een ander dieet krijgen. De kikkers leggen hun eitjes in bromelia’s, planten die waterpoeltjes vasthouden. Pijlgifkikkers bewaken de kleintjes, droppen voedseleitjes bij de jonge dieren en verplaatsen zelfs de kikkervisjes op hun lijf als de poeltjes dreigen uit te drogen. Een uitzonderlijke vorm van broedzorg! Van de 175 verschillende soorten hoppen er 4 in het Serpentarium rond.

Madagascarboa

De 5 Madagaskar grondboa’s en de 2 Dumeril’s boa’s van het Serpentarium zijn wurgslangen. Nadat ze hun prooi (vogels, hagedissen en kleinere zoogdieren) gegrepen hebben, wikkelen ze hun prachtige lijf rond hun slachtoffer. Ze trekken hard aan zodat deze enkel nog kunnen uitademen. Inademen is onmogelijk geworden. Nadat hun hapje aan zuurstoftekort bezweken is, slikken ze het met huid en haar in. Deze slangen zijn kwetsbaar omdat er van hun habitat, het bos op Madagaskar, nog maar 10% overblijft en omdat hun mooie slangenhuid gegeerd is. Heel spijtig.

Korsthagedis

Kan je korsthagedissen mooi noemen? Met hun stompe snuit en hun plompe lijf zijn ze alleszins geen stereotiepe, sierlijke hagedis. Maar ook al zijn ze niet onmiddellijk moeders mooiste, toch zouden we ze best dankbaar zijn. Korsthagedissen, waaronder ook gilamonsters, hebben een giftige beet. En als ze bijten, dan houden ze goed vast. Dit terzijde want wat telt, zijn vooral de stoffen in het gif. Ze worden gebruikt bij de behandeling van suikerziekte en longkanker. Dankjewel korsthagedissen!

Groene leguaan

De groene leguaan is een hagedis die tot wel 2 meter lang kan worden, van het puntje van zijn staart tot zijn kop. Toegegeven, zijn staart neemt twee derde van zijn lengte in. Hij dient dan ook als roer bij het springen van tak tot tak. Of als wapen als hij zich bedreigd voelt. Hij heeft nog meer imposants. Zo flappert er een keelwam (een soort beweegbaar zeil) onder zijn kin, heeft hij tandachtige uitsteeksels op zijn rug en nek en vervolmaken scherpe tanden en sterke poten met puntige nagels zijn arsenaal. Hij lijkt wel een ridder in uitrusting of toch eerder een draak?

Netpython

Is de netpython de langste slang ter wereld? Met haar maximum van 10 meter wedijvert ze in lengte met de dikkere anaconda. Haar naam dankt ze aan de tekening op haar huid die een perfecte camouflage tussen dorre bladeren biedt. In Zuidoost-Azië rusten ze meestal in de buurt van water. In het Serpentarium kronkelt een netpython van zo’n 5 meter lang.

Er zijn zeldzame gevallen bekend van mensen die door netpythons gewurgd en opgegeten zijn. Omdat ze vlijmscherpe tanden hebben, kunnen ze voor ernstige bijtwonden zorgen. In Bangkok leven er netpythons in parken en tuinen. Ze eten er hoofdzakelijk honden en katten.

Kaaimanteju

De kaaimanteju is de bodybuilder onder de hagedissen. Hij is fors gebouwd en zijn sterke staart en rug zijn bedekt met schubben, daardoor lijkt hij op een kaaiman. Hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje-bruin gekleurde kop bovenop zijn groene lijf. Zo zijn ze goed gecamoufleerd om zich te verstoppen tussen de boombladeren in de jungle van Zuid-Amerika. Overdag zwemmen ze in de moerassen, waar ze hun geliefkoosd maaltje vinden: slakken. Ze vermorzelen de huisjes met hun maaltanden en spuwen ze uit. De slakken verdwijnen smakelijk in de tejumaag. Vier potige exemplaren met gitzwarte ogen ontdek je in het Serpentarium.

De Jezus-Christus hagedis

Groene baselisk

Met zijn lange fijne tenen kan deze hagedis heel snel over het wateroppervlak lopen. Vandaar dat de Groene basilisk ook wel eens Jezus-Christus-hagedis genoemd wordt.

Jemen-kameleon

Jemen kameleon

Deze reptiel heeft een helmpje tegen de hitte. Bloedvaten in zijn hoofddeksel zorgen voor verkoeling – een beetje zoals de grote oren van een woestijnvos.

Gilamonster

Gilamonster

Deze hagedis is familie van de korsthagedis. De 2 enige giftige hagedissoorten ter wereld! In het gif van het Gilamonster werd een stof ontdekt, waarmee nu al miljoenen diabetici behandeld worden.