| |
|
|
|
|
|
- Latijn: Phylodryas baroni
- Familie: Colubridae
- Lengte: 1,50 m
De langneusboomslangen komen voor in Argentinië, Bolivia en Paraguay.
Ze zijn met hun lengte van 1,5 m de grootste vertegenwoordigers van hun familie.
Ze hebben tevens als enigen verlengde neusschubben waardoor het karakteristieke wipneusje ontstaat. Hun kleur is variabel gaande van bruin tot groen en zelfs lichtblauw. Bepaalde individuen hebben een zwarte tekening op hun lichaam terwijl anderen egaal van kleur zijn.
Deze slangen zijn opistoglyph. Dit betekent dat de giftanden achteraan in de bek geplaatst staan. Hun gif is echter niet sterk en veroorzaakt enkel pijn en een tijdelijke verkleuring van het gebeten lichaamsdeel.
De langneusboomslang is eierleggend met legsels tussen de 6 en 12 eieren. Er kunnen meerdere legsels per jaar voorkomen. De incubatieperiode van de eieren bedraagt ongeveer 60 dagen.
Tijdens de dag zijn deze dieren zeer actief. Langneusboomslangen komen voor in wouden en savannes met veel struikgewas.
Het voedsel van de langneusboomslangen bestaat hoofdzakelijk uit kleine knaagdieren en amfibieën.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |