| |
|
|
|
|
|
- Latijn: Lepidobatrachus laevis
- Familie: Leptodactylidae
- Lengte: 15 cm
De breedmuilkikker heeft zijn verspreidingsgebied in de Gran Chaco, een woestijngebied in het noorden van Argentinië en Paraguay.
Om tijdens het droog seizoen aan de hitte van deze woestijn te kunnen weerstaan heeft deze 'pad' een fantastisch beschermingssysteem. Wanneer de laatste poelen aan het verdwijnen zijn, graaft het dier zich in de modder in en begint het zich onmiddellijk in te pakken. Dit doet het door om de 24 uur een nieuwe huid aan te maken. Daar de oude huid behouden blijft wordt de laag steeds dikker en beschermt hem aldus tegen uitdroging. Tijdens de ganse periode blijft de breedmuilkikker onbeweeglijk zitten. Bij de eerste regenval ontwaakt hij en ontdoet hij zich van z'n huid door deze volledig op te peuzelen.
Het is een zeer agressief dier, dat luid krijst en zelfs bijt wanneer het wordt bedreigd.
De paring vindt plaats na het begin van het korte natte seizoen. De ongeveer 200 eieren ontwikkelen zich vlug tot vraatzuchtige larven, die zich voeden met dierlijk voedsel.
Deze pad bewoont stilstaande of traag stromende wateren. Het is een nachtactief dier, dat tijdens de dag stil in het water hangt.
De breedmuilkikker is een ongelooflijke veelvraat, die zowat alles verslindt wat hij te pakken kan krijgen. Zelfs kleinere soortgenoten worden zonder probleem verorberd.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |