| |
|
|
|
|
|
- Latijn: Laemanctus longipes
- Familie: Corytophanidae
- Lengte: 60 - 70 m
De kroonbasilisk heeft een verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van Mexico tot en met Nicaragua.
De mannetjes kunnen zich zeer territoriaal gedragen. Kroonbasilisken zijn uiterst snelle en behendige hagedissen die zich bij de minste verstoring vliegensvlug verplaatsen doorheen de kruinen van bomen en door struiken, waar ze dankzij hun kleur nauwelijks opvallen. De staart is even lang als het lichaam en de poten zijn lang en mager, wat het klimmen bevordert.
Na de paring legt het wijfje 3 à 6 eieren. Na 50 à 60 dagen komen de jongen uit het ei.
De kroonbasilisk komt voor in tropische regenwouden waar er steeds een hoge luchtvochtigheid heerst.
De dieren gaan zelden het water in om te baden. Ze likken de druppels van de bladeren op daar ze slechts zelden de boomkruinen verlaten.
Het voedsel van de kroonbasilisk bestaat hoofdzakelijk uit kleine insecten. In gevangenschap eten de dieren ook nestjongen van muizen.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |