| |
|
|
|
|
|
- Latijn: Gonocephalus doriae
- Familie: Agamidae
- Lengte: 40cm
De familie van de hoekkopagamen bestaat uit een 36-tal soorten, die alleen in Indonesië voorkomen.
Ze hebben een kort hoofd met een sterk driehoekig profiel en een nekkam met lange stekels. Het lichaam is lateraal samengedrukt met een uitgesproken wervelkiel. De ledematen zijn dun en de tenen zijn voorzien van lange nagels, die uiterst geschikt zijn om in de bomen te klimmen.
De wijfjes zijn doorgaans groen terwijl de kleur van de mannetjes meer variabel is.
Tijdens de paarperiode tracht het mannetje door het kopknikken en het opzetten van de keelzak het wijfje te imponeren. Na de paring legt het wijfje tussen de 4 à 8 eieren in vochtige grond. Na 70 tot 80 dagen komen de jongen uit.
Hoekkopagamen zijn bewoners van het regenwoud. Ze verblijven meestal hoog in de toppen van de bomen, waar ze moeilijk op te merken zijn voor hun vijanden. Ze blijven altijd in de nabijheid van beken en stromen, die ze als drinkplaats gebruiken.
Ze voeden zich hoofdzakelijk met allerlei insecten maar ook nestjongen van andere kleine dieren worden verorberd.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |