| |
|
|
|
|
|
- Latijn:Corucia zebrata
- Familie: Scincidae
- Lengte: 65 cm
De grijpstaartskink komt alleen voor op de Salomonseilanden en op Papoea-Nieuw-Guinea.
Hij gebruikt zijn krachtige gespierde grijpstaart als vijfde poot tijdens het zich voortbewegen in bomen. Het is een uitstekende klimmer voorzien van scherpe nagels en krachtig gespierde poten. De schubben van de boomskink overlappen elkaar niet en zodoende is de huid van deze hagedis heel wat gladder dan die van de andere hagedissen.
Ze zijn eierlevendbarend. Er wordt slechts 1 jong per jaar geboren. Na een draagtijd van 6 à 7 maand wordt het in een holte van een boom geworpen, waar het wijfje het gedurende de eerste weken tegen mogelijke vijanden beschermt.
Het zijn bewoners van primaire wouden met zeer hoge bomen, waarin ze het grootste deel van de tijd doorbrengen. Ondanks het feit dat het herbivoren zijn, hebben ze een scherp gebit en krachtige kaken. Tijdens de dag liggen ze rustig te zonnen of glijden ze traag verder tussen de bladeren en de takken door. Deze nachtactieve skink voedt zich met bladeren, bloemen en vruchten, maar hij eet ook soms zijn eigen uitwerpselen op.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |