| |
|
|
|
|
|
- Latijn: Pogona viticeps
- Familie: Agamidae
- Lengte: 20 - 50 cm
Baardagamen komen voor in Australië, waar ze een groot verspreidingsgebied hebben. Het zijn dagactieve dieren die tijdens het heetst van de dag in holen schuilen.
Het zijn geen schuwe dieren. Men kan ze dus zeer dicht benaderen. Wanneer ze op de vlucht zijn voor de vijand of tijdens het jagen kunnen ze zich zeer snel voortbewegen. Hoewel het grondbewonende reptielen zijn, kunnen ze uitstekend in bomen en op steile rotsen klimmen.
Baardagamen leven groepsgewijs. Dominante mannetjes rivaliseren dikwijls. Hierbij zetten ze de keelzak open. Deze wordt dan donker en gaat op een soort baard lijken. Met hevig kopknikken en schijngevechten trachten ze de tegenstander te imponeren. Het meest dominante mannetje paart met de wijfjes.
Een zestal weken later graaft het wijfje een kuil waarin ze haar 10 à 35 eitjes deponeert. Daarna dekt ze de kuil zorgvuldig toe. Na 6 tot 8 weken komen de jongen uit het ei.
Baardagamen komen voor in uiteenlopende biotopen, gaande van rots- en zandwoestijnen tot bosranden.
Op het menu staan een grote variatie aan insecten, kleine hagedissen (ook die van de eigen soort) en plantaardig materiaal.
|
|
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
 |